"Nu het Kabel en Leiding Informatie Portaal (KLIP) sinds begin 2007 operationeel is kunnen alle kabel- en leidingbeheerders correcter, uniformer en efficiënter werken. Het KLIP levert tijdswinst op en vermindert de administratieve lasten en kosten aanzienlijk. Dat op zo’n korte tijd zo intensief gebruik wordt gemaakt van het KLIP, kan zonder twijfel een succes worden genoemd. De Vlaamse Regering heeft op vrijdag 29 juni 2007 het voorontwerp van KLIP-decreet principieel goedgekeurd. Het KLIP-decreet voorziet enerzijds in een verplichting voor aannemers om zich, naar aanleiding van grondwerken, te informeren over de ligging van kabels en leidingen en anderzijds in een verplichting voor de kabel- en leidingbeheerders om informatie in het KLIP in te voeren over kabels en leidingen. In 2008 zal ik het ontwerp van KLIP-decreet voorleggen aan het Vlaamse Parlement ter goedkeuring."
Posts tonen met het label Kabels en leidingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kabels en leidingen. Alle posts tonen
maandag 12 november 2007
KLIP in de Beleidsbrief Geografische Informatie van Minister-President Peeters
In zijn Beleidsbrief Geografische Informatie - Beleidsprioriteiten 2007-2008 stelt Minister-President Kris Peeters over het KLIP:
woensdag 9 mei 2007
Uitbreiding van het toepassingsgebied van de Gaswet
De wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen is, zoals uit het opschrift zelf blijkt, niet enkel van toepassing op het vervoer van aardgas. Pijpleidingen die gebruikt worden voor het vervoer andere (gasachtige) producten kunnen ook onder het toepassingsgebied vallen.
Artikel 2, laatste lid, van de Gaswet geeft de Koning de mogelijkheid om het toepassingsgebied in die zin te verruimen.
Met het koninklijk besluit van 27 april 2007 doet hij dat door het koninklijk besluit van 15 juni 1967 (vervoer door middel van leidingen van pekel, natronloog en afvalvloeistoffen) uit te breiden met het vervoer van “gezuiverde afvalwaters van nucleaire installaties”.
In verschillende arresten (R.v.St., SA Bema, nr.103.141, 4 februari 2002 en R.v.St., SA Bema, nr. 147.482, 7 juli 2005) bekritiseerde de Raad van State de rechten die, op basis van de wet van 12 april 1965, gegund werden aan ondernemingen die producten via pijpleidingen vervoeren en de gelijkschakeling van deze ondernemingen met bv. de aardgasvervoersnetten.
De Raad van State maakte zeer duidelijk dat verklaringen van openbaar nut enkel mogelijk zijn indien de pijpleiding ook effectief het openbaar nut dient en niet enkel de private belangen van één of meer bedrijven.
Mede daarom is het nuttig dat de Koning de uitbreiding voorzien in het koninklijk besluit van 27 april 2007 als volgt motiveert:
Artikel 2, laatste lid, van de Gaswet geeft de Koning de mogelijkheid om het toepassingsgebied in die zin te verruimen.
Met het koninklijk besluit van 27 april 2007 doet hij dat door het koninklijk besluit van 15 juni 1967 (vervoer door middel van leidingen van pekel, natronloog en afvalvloeistoffen) uit te breiden met het vervoer van “gezuiverde afvalwaters van nucleaire installaties”.
In verschillende arresten (R.v.St., SA Bema, nr.103.141, 4 februari 2002 en R.v.St., SA Bema, nr. 147.482, 7 juli 2005) bekritiseerde de Raad van State de rechten die, op basis van de wet van 12 april 1965, gegund werden aan ondernemingen die producten via pijpleidingen vervoeren en de gelijkschakeling van deze ondernemingen met bv. de aardgasvervoersnetten.
De Raad van State maakte zeer duidelijk dat verklaringen van openbaar nut enkel mogelijk zijn indien de pijpleiding ook effectief het openbaar nut dient en niet enkel de private belangen van één of meer bedrijven.
Mede daarom is het nuttig dat de Koning de uitbreiding voorzien in het koninklijk besluit van 27 april 2007 als volgt motiveert:
“Overwegende dat het tot het algemeen belang behoort het juridisch statuut vast te stellen van de leidingen bestemd voor het vervoer van gezuiverde afvalwaters van nucleaire installaties door deze leidingen te laten genieten van zekere bepalingen van de voornoemde wet van 12 april 1965 en aldus de vereiste rechtszekerheid te bieden aan de betrokkenen.”
zaterdag 7 april 2007
Vlaams Mediadecreet
Vermits het Arbitragehof in zijn arrest van 13 juli 2005 (Arbitragehof, nr. 128/2005) een deel van het Mediadecreet van 7 mei 2004 vernietigde, moet het Vlaamse Parlement zich kortelings uitspreken over alternatieven voor de vernietigde bepalingen.
In het ontwerpdecreet dat de Vlaamse Regering op 16 maart jl. neerlegde in het Vlaams Parlement stelt de zij voor om de vernietigde bepalingen opnieuw in te voeren, overeenkomstig de opmerking van het Arbitragehof.
Een deel van de opnieuw ingevoerde bepalingen hebben betrekking op de voorwaarden voor de aanleg van exploitatie van kabelnetwerken.
In het ontwerpdecreet herneemt de Vlaamse regering dan ook de regeling inzake de aanleg en exploitatie van de kabelnetten, zoals die voorzien waren in artikel 132 van het Mediadecreet. Deze bepalingen waren op hun beurt een kopie van de bepalingen van het Kabeldecreet van 1995. Op zijn beurt was het Kabeldecreet van 1995 weinig innovatief wat de graafrechten betreft. Het hernam de bepaling van de wet van 1987, die op zijn beurt geïnspireerd was door de Elektriciteitswet van 1925.
Innovatief? Weinig, zeer weinig.
Of vindt u het anno 2007 nog relevant dat de kabelnetoperatoren "op blijvende wijze steunen en ankers kunnen aanbrengen op muren en gevels die uitkomen op de openbare weg"? Wat bedoelt de Vlaamse decreetgever trouwens met "ondergrondse steunen" waarvan de eigenaar van de grond de verplaatsing kan vragen? Op basis van een letterlijke lezing van het ontwerpdecreet zou de eigenaar ten aanzien van een kabeldistributienet enkel de ondergrondse lijnen en de ondergrondse steunen (en dus niet de bovengrondse) kunnen doen verplaatsen. Daarenboven kan enkel de eigenaar de verplaatsing vragen (en niet de huurder of de houder van zakelijke rechten). Is dit verantwoord voor de Vlaamse decreetgever?
Het enkele feit dat de regels inzake graafrechten nu voorgelegd worden aan het Overlegcomité (zie post hieronder) verandert weinig aan de vaststelling dat de Vlaamse overheid nog steeds regels hanteert die ondertussen al 90 jaar oud zijn.
In het ontwerpdecreet dat de Vlaamse Regering op 16 maart jl. neerlegde in het Vlaams Parlement stelt de zij voor om de vernietigde bepalingen opnieuw in te voeren, overeenkomstig de opmerking van het Arbitragehof.
Een deel van de opnieuw ingevoerde bepalingen hebben betrekking op de voorwaarden voor de aanleg van exploitatie van kabelnetwerken.
In het ontwerpdecreet herneemt de Vlaamse regering dan ook de regeling inzake de aanleg en exploitatie van de kabelnetten, zoals die voorzien waren in artikel 132 van het Mediadecreet. Deze bepalingen waren op hun beurt een kopie van de bepalingen van het Kabeldecreet van 1995. Op zijn beurt was het Kabeldecreet van 1995 weinig innovatief wat de graafrechten betreft. Het hernam de bepaling van de wet van 1987, die op zijn beurt geïnspireerd was door de Elektriciteitswet van 1925.
Innovatief? Weinig, zeer weinig.
Of vindt u het anno 2007 nog relevant dat de kabelnetoperatoren "op blijvende wijze steunen en ankers kunnen aanbrengen op muren en gevels die uitkomen op de openbare weg"? Wat bedoelt de Vlaamse decreetgever trouwens met "ondergrondse steunen" waarvan de eigenaar van de grond de verplaatsing kan vragen? Op basis van een letterlijke lezing van het ontwerpdecreet zou de eigenaar ten aanzien van een kabeldistributienet enkel de ondergrondse lijnen en de ondergrondse steunen (en dus niet de bovengrondse) kunnen doen verplaatsen. Daarenboven kan enkel de eigenaar de verplaatsing vragen (en niet de huurder of de houder van zakelijke rechten). Is dit verantwoord voor de Vlaamse decreetgever?
Het enkele feit dat de regels inzake graafrechten nu voorgelegd worden aan het Overlegcomité (zie post hieronder) verandert weinig aan de vaststelling dat de Vlaamse overheid nog steeds regels hanteert die ondertussen al 90 jaar oud zijn.
Abonneren op:
Posts (Atom)
